 |
De productie van de OSI 20M TS startte in januari 1967, tot grote opluchting van de Ford-dealers in Europa. Zij zouden vanaf nu een luxueus model ter hunner beschikking hebben om te concurreren tegen de Opel Coupés - Rekord en Commodore – als ook tegen de Fiat 124 Coupé en gelijkaardige auto’s. Ford had een ‘high-class’ coupé echt nodig omdat de verkoop van de 12M/15M en 17M/20M auto’s, de welke doorgaans beschouwd werden als degelijk doch saai, dramatisch was gekelderd.
|
 |
Om de 20M om te vormen tot een coupé bouwde OSI een nieuwe ‘body’ op het bestaande en anders ongewijzigde 20M TS chassis. Kenmerkend voor de OSI 20M TS is
- lange motorkap
- kort dak
- aerodynamisch achterste
- ‘Ferrari-style’ dubbele koplampen
- ‘luxueus tot in de kleinste details’ (zoals de destijds meegeleverde brochure vermeld) 4 zit uitrusting dewelke bestaat uit ondermeer lederen zetels (optioneel), houten stuurwiel en versnellingspook, houten dashboard, toerenteller, elektrisch verwarmde achterruit (optioneel)
|
 |
Maar de auto voldeed niet aan de verwachtingen die de ‘looks’ deden vermoeden.
De 2 liter 6 cilinder motor was niet bepaald stil en leverde slechts 90 pk op. De prestaties van de coupé waren daardoor zeer bescheiden. Zijn bladveerophanging zorgde noch voor comfort noch voor een goede wegligging. In feite was het enige aantrekkelijke aan de Ford OSI 20M TS zijn adembenemend uiterlijk.
Tel hierbij de levering- en kwaliteitscontroleproblemen. De kleine fabriek die OSI was kon gewoonweg niet voldoen aan de eisen van de massaproductie. Klanten werden ook nog eens afgeschrikt door de prijs: de OSI was dubbel zo duur als de sedan versie. |
 |
Op het einde van de productie van de OSI werd de 2 liter met 90pk motor vervangen door een 2.3 liter met 108pk van de 20M/2300S. Met als resultaat dat de topsnelheid werd opgetrokken van 170km/u naar 182km/u.
Productie van de OSI eindigde in 1968.
|